In beide boeken ontwikkelt de auteur het begrip barmhartigheid vooral in christelijke zin waarbij hij dit begrip vooral ziet in zijn mystieke functie, namelijk de ontwikkeling van de
oriëntatie op het Hogere, met name het Christusmysterie. De ontwikkeling van barmhartigheid in het eigen leven is dan ook bedoeld als een weg naar God/verlichting. De gerichtheid op de naaste, alhoewel zeker niet onbelangrijk, is daarbij een hulpmiddel.
Barmhartigheid
In deze bijdrage in een onderzoek naar het begrip barmhartigheid in de
literatuur wordt het begrip barmhartigheid beschreven zoals door Hein
Stufkens gepresenteerd. Deze bekende schrijver van boeken over
spiritualiteit heeft in twee boeken het begrip
mededogen behandeld. In 1997 verscheen van zijn hand:
Mededogen als menselijke bestemming, en recentelijk:
Het zevenvoudige pad van Franciscus van Assisi (verder aan te duiden als ZP). Vooral aan het laatste boek ontleen ik zijn kijk op barmhartigheid.
De titel van het eerdere boek kan wat misleidend overkomen, als je het
verstaat in die zin dat mededogen een menselijke (psychologische)
kwaliteit is die ontwikkeld zou moeten worden met het oog op de
medemens. Bij Stufkens betreft het echter de ontwikkeling van een
zielenkwaliteit: het gaat hem veeleer om de mystieke ontwikkeling van
de mens die weer "opnieuw moet leren buigen voor het oneindig grote,
voor het geheel dat hem draagt en hem doorstroomt …" (ZP, 37). Daarbij
ori‘nteert de christelijke mens zich vooral op het "Christus-mysterie:
een mens in wie zichtbaar wordt wat het betekent dat wij mensen
geschapen zijn naar Gods beeld en gelijkenis. Het staat model voor ons
vermogen tot belangeloze liefde en tot gehoorzaamheid tot het uiterste
aan een wil die groter is dan die van ons ego" (ZP,37). Hierbij heeft
de auteur met name ook het "beeld van de lijdende Christus" voor ogen,
dat, zegt hij: "Mij helpt om mij niet langer te identificeren met mijn
eigen tijdelijke bestaan, maar mij te identificeren met mijn vermogen
mijn ego te overstijgen en lief te hebben tot het uiterste." (ZP, 38)
In de christelijke traditie staande is het mij Ÿberhaupt niet gegeven
barmhartigheid in mijzelf te ontwikkelen. Voor ons is Christus de
sleutel, "die het vermogen tot mededogen in ons hart ontsluit." (ZP,39)
Dat betekent overigens ook dat zij die in een andere traditie staan hun
eigen sleutels kennen, zoals Boeddha, Allah, Brahma, Tau, het Zijn, of
kortweg: het mysterie (dus ook athe•sten kunnen het zevenvoudige pad
volgen dat Stufkens distilleert uit het leven en de opvattingen van
Franciscus van Assisi!). (zie ZP,39)
De eerste stap op het zevenvoudige pad die de schrijver dan formuleert
is dan:
Ik buig in liefde en dankbaarheid voor het mysterie
en ik open mijn hart vol mededogen voor al wat leeft en lijdt.
Mededogen - de meer hedendaagse term voor barmhartigheid - is
dus de basis waarop de spirituele ontwikkeling van de mens in deze
visie wordt gegrondvest, samen met het je instellen op de verticale
dimensie van het bestaan (voor christenen: het geloven in
God/Christus).
Dat betekent niet dat de medemens als het ware wat uit beeld verdwijnt.
Weliswaar is de verticale dimensie het kader waarin ik de medemens
ontmoet, de medemens in wie ik Christus herken, maar er wordt wel
degelijk mŽŽr gevraagd dan het - misschien wat vrijblijvend klinkende -
openstellen van mijn hart of de herkenning van Christus in de lijdende
medemens. D‡‡rover gaat dan ook de tweede stap op het zevenvoudige pad:
Ik zie alle schepselen als mijn broeders en mijn zusters
en ik draag ze zoals ik zelf gedragen zou willen worden.
Er wordt dus wel degelijk van mij een actief me inzetten voor de
medemens gevraagd, zij het dat de medemens, nu benoemd als broeder of
zuster, nog steeds middel blijft tot het hogere doel: het verliezen van
mijn ego en het me invoegen in het mysterie dat het leven is en
waarvoor vele woorden zijn.
Hiermee heb ik de belangrijkste elementen van de visie van Hein
Stufkens op barmhartigheid weergegeven. Het is overigens een zeer
leesbaar boek met een rijke inhoud.