Inspiratie
Lezing door Maartje Romme op de landelijke dag van 3 november 2007
Barmhartigheid en verslaving
Joris en ik hebben elkaar leren kennen in de zomer van 1996, toen in ons beider levens de chaos overheerste. Mijn moeder, die in ons gezin, met een depressieve vader, de drijvende kracht was, was een aantal jaren daarvoor plotseling overleden. Haar dood had de spanningen voor mijn vader zover doen oplopen dat zijn eigen hersenbloeding een jaar later daarvan een gevolg leek. Ik voelde me schuldig, had naar mijn idee, na de dood van m’n moeder niet voldoende zorg aan mijn vader besteed. De familie brokkelde uit elkaar, oplossingen waren moeilijk te vinden en mijn wereld stond op z’n kop.
Joris kwam uit een gezin met een manisch depressieve moeder waarin het eigenlijk altijd aan een drijvende kracht had ontbroken. Bijgevolg dreef iedereen maar zo’n beetje z’n eigen kant op. Ook Joris dobberde rond en ging uiteindelijk kopje onder in het geweld van een verslaving. De eenzaamheid en wanhoop die dat meebracht waren compleet tegen de tijd dat wij elkaar tegen het lijf liepen.
In eerste instantie herkende ik veel in Joris. Zijn getob met zijn oude afhankelijke vader bij wie hij in huis woonde ontroerde me. Zijn eenzaamheid en kwetsbaarheid voelden vertrouwd. Veilig zelfs: Joris zou mij vanuit die eenzaamheid niet afwijzen.
Van verslaving wist ik in die tijd niets. Die herkende ik niet. Toen Joris me snel na onze kennismaking vertelde dat hij daar een groot probleem had en vroeg om te helpen heb ik hem beloofd er voor hem te zijn. Mijn schuldgevoel over te grote terughoudendheid ten opzichte van mijn vader na de dood van mijn moeder, en de eenzame chaos die daarop gevolgd was, maakten dat ik niet het hart had me uit de voeten te maken en Joris aan zichzelf over te laten.
Dat we hulp nodig hadden was direct duidelijk. Het bleek al snel dat verslaving vele kanten heeft en dat je, met het fysieke afkicken, pas aan het begin staat van een lange weg.
We zochten hulp en Joris kwam terecht bij het Centrum voor Alcohol en Drugs waar een hulpverlener Joris aanraadde een boot te kopen en het ruime sop te kiezen. Dan zou alles wel in orde komen. Dat levensgrote angst, en nog zo wat verwikkelingen, aan die oplossing in de weg stonden, werd door deze adviseur kennelijk over het hoofd gezien. Het advies sloeg een paar ontwikkelingsstadia over en was daarmee van een onvergeeflijke vrijblijvendheid. Onbruikbaar.
Een tweede advies kwam in een gesprek bij de Brijderkliniek, de verslavingskliniek van de regio Haarlem: je hebt nu een vriendin. Neem een paar kinderen en dan komt alles goed. Een schot voor de boeg, waarmee in een werkelijkheid van angst, suïcidale depressie en alles beheersende verslaving niks aan te vangen was. Het idee was duidelijk: de verslaving zou doorbroken worden door het stichten van een gezin. Dat de verslaving juist aan het stichten van een gezin in de weg stond speelde geen rol in de overwegingen. Ik ben buitengewoon gelukkig dat we dat advies niet hebben opgevolgd.
Daarna kwam meer gespecialiseerde hulpverlening: een sociaal psychiatrisch verpleegkundige, die één maal in de twee weken een uurtje volkomen langs Joris heen aan het praten was. Je zag en hoorde het ontbreken van aansluiting.
Wel heeft zij ervoor gezorgd dat Joris werd aangemeld voor een dagbehandeling in de Brijderkliniek. De wachtlijst nam een paar maanden in beslag, maar toen begon de behandeling. Weken van lifestyle training, budgetteringscursussen, en oefeningen in het beheersen van trek. Aanvankelijk wekelijkse, later dagelijkse “terugvallen” bij Joris, opname in een crisisbed op de Brijder thuisbasis in Alkmaar, driegesprekken waarin ik te horen kreeg dat ik deel was van het probleem, en de uiteindelijke conclusie dat Joris nog een lange weg te gaan had. Ook op dringend verzoek geen verwijzingen naar verdere hulpmogelijkheden.
Er volgde een particuliere hulpverlener, voor wie Joris al snel de treffende naam “Jantje Contantje” had bedacht, daarna een opname bij de Antroposofen, waar Joris het drie dagen uithield. Een verzameling voddig uitgevoerde informatieblaadjes van verschillende verslavingsinstellingen in den lande gaf weinig nieuwe hoop en de adviezen van een aangeschreven hooggeleerde stuurden ons eveneens met een kluitje in het riet. Behalve methadonprogramma’s en de beschreven Brijderachtige trainingen leek ons land, anno 1998, niets te bieden te hebben. En eensluidend was de mening: Joris wil niet echt. Onzin. Een omkering van de bewijslast, waar het beetje juristenbloed dat ik nog in me heb, na al die jaren nog van gaat koken.
Sindsdien heb ik me vaak afgevraagd of informatie over alternatieve behandelmethodes bewust achter werd gehouden of dat de kennis over die alternatieven werkelijk niet bestond. Welk van de twee voor de professionele verslavingszorg het meest laakbaar is valt te betwisten.
Want alternatieven bleken wel degelijk te bestaan. Via een in de krant genoemde website en wat gezoek op internet kwamen we terecht bij Hazelden, de oudste en meest gerenommeerde verslavingskliniek in de VS, werkend volgens het hier volstrekt onbekende Minnesota Model voor verslavingszorg.
We kregen verzorgde informatie opgestuurd, Joris voerde een aantal telefonische intakegesprekken, afspraken werden gemaakt en Joris kon vertrekken. Alles binnen tien dagen. Ik ging mee om hem over de drempel te duwen. Had na alle voorgaande ervaringen geen enkele vertrouwen dat Joris anders ooit op z’n bestemming zou aankomen.
Er is heel veel te vertellen over de eerste indruk die we kregen bij aankomst, maar ik zal me beperken tot het belangrijkste: er was zorg. Grote zorg, bezorgdheid, betrokkenheid, warmte, contact. In een woord liefde. En daarmee was het verschil met alles wat er in Nederland aan vooraf was gegaan in een klap schrijnend duidelijk.
Bij Joris ging de knop om, bij mij eveneens (ook bij mij moesten er wat patronen doorbroken worden), de grondtoon was gewijzigd. Die grondtoon bleef bepalend voor alle nog volgende ontwikkelingen. Het vallen en opstaan dat nog volgde had een ander karakter dan daarvoor. Er was een bodem gelegd waar eerst een gapende afgrond was.
Aan verslaving bleek, binnen het Minnesota Model, een ander concept verbonden te zijn: het ziekteconcept. Volgens het Minnesota Model is verslaving een ziekte die zijn weerslag heeft op alle niveaus van het leven: fysiek, mentaal, emotioneel en spiritueel. Behandeling is heel goed mogelijk, maar moet alle genoemde niveaus betreffen. Eenzijdige behandeling is tot mislukken gedoemd.
Vergeleken met wat in Nederland gemeengoed was zaten de verschillen vooral in het ziekteconcept zelf, en in een behandeling op spiritueel niveau. De retoriek over het eerste was voor mij in die tijd goed te volgen en binnen de eigen ervaringen te plaatsen. Het onderwerp spiritualiteit zei me niks. Maar opvallend genoeg was dat wel precies het aspect dat door iedereen die ik in die omgeving tegen kwam als doorslaggevend genoemd werd voor het herstelproces.
Wat was die spiritualiteit? Hoe werkt die? De bewoordingen van het gebruikte 12 stappen programma tot spiritueel ontwaken gaven me niet veel inzicht. De tastbare sfeer van doorbraak en verlossing was overtuigender. Ik begon te onderzoeken.
Nu, na vele jaren, heb ik een inzicht in verslaving en de bevrijding eruit, dat ik graag met u wil delen. Het is de neerslag van ervaring, beschouwing, onderzoek, studie en toetsing aan de werkelijkheid.
Universeel menselijk is de wisselwerking tussen angst en onze pogingen de angst te bestrijden. Ultieme angst voor de dood, maar, meer dagelijks, de angst voor eenzaamheid, de angst niet gezien of gekend te worden, de angst niet geliefd te zijn, de angst er niet bij te horen. We proberen alles uit in antwoord op die angst. We grijpen alles aan om onszelf, door ons gedrag, uiterlijk of (maatschappelijk) succes, gezien en geliefd te maken.
We hebben verlangens om aan onze gevoelens van existentiële leegte tegemoet te komen. We grijpen om ons heen naar houvast. Houvast in de buitenwereld als antwoord op leegte in de binnenwereld.
En daarin zit ‘m de onoplosbaarheid: de buitenwereld kan per definitie geen antwoord zijn op leegte in de binnenwereld. De angst raakt tijdelijk verdoofd maar komt terug, en er is meer nodig om opnieuw de angst op de achtergrond te dringen. Meer maatschappelijk succes, meer erkenning, meer geld, meer vrienden, meer uitjes, meer mooie kleren, meer lekker eten, meer drank, meer middelen. Zonder al die middelen is er angst, een confrontatie met een gat in de ziel. We zijn afhankelijk van onze diverse middelen om de angst te bestrijden en die afhankelijkheid alleen al maakt ons kwetsbaar. En de kwetsbaarheid maakt weer angstig.
De beschreven dynamiek versterkt zichzelf. Er bestaat geen oplossing binnen die dynamiek. Er is geen enkel middel denkbaar om de angst te bestrijden dat niet de afhankelijkheid van datzelfde middel meebrengt. En daarmee de kwetsbaarheid. En daarmee de angst. Enzovoort.
Zie daar het principe van verslaving. Voor middelenverslaafden niet anders dan voor ons allemaal. Wij menselijke, onaffe wezens.
De enige manier om tot een oplossing te komen is buiten die dynamiek te stappen. De angst niet langer te bestrijden, maar leren de angst los te laten. En voor wat daarvoor nodig is kan ik het beste uit eigen ervaring putten.
Het proces waar Joris en ik samen doorheen gegaan zijn is vol van angsten geweest. Ik spreek over mijn eigen angsten op een doodlopend spoor te zitten, er nooit meer uit te komen, helemaal en voor altijd vastgelopen te zijn, eenzaam en door iedereen verlaten in mijn zelf gegraven graf te vallen. De wanhoop, de machteloosheid, het gebrek aan werkende antwoorden, de futiliteit van alles wat ik probeerde. Ik voelde me op een gegeven moment volstrekt verloren.
Maar de weg, die vrijwel iedereen me wees, was voor mij geen uitweg: ondanks alles wilde ik en kon ik Joris niet alleen laten. Ik denk dat m’n angst voor wat er dan met hem zou gebeuren groter was dan de wanhoop waar ik doorheen ging. Maar ook was er ergens een besef dat die houding al helemaal nooit tot een oplossing zou leiden. Die houding zou een gat slaan in m’n leven, waarmee ik niet verder wilde.
Door te blijven leerde ik de wanhoop en de daaraan ten grondslag liggende angsten beter kennen, ik leefde er midden in, leerde ze doorzien en doorgronden. Toen dat eenmaal gebeurd was bleek er van die angsten weinig over te zijn. Ze verdampten, er bleef een werkelijkheid over zonder kramp. Zonder haken naar antwoorden, zonder vragen om troost. De werkelijkheid bleek een stuk minder beangstigend dan de angsten voor die werkelijkheid. De in essentie vragende houding waarmee ik altijd had geleefd keerde om. Er kwam ruimte. Voor de werkelijkheid ontdaan van haar angstige projecties, en voor liefde die over blijft wanneer de angst verdwijnt. In dat keerpunt lag het antwoord waarnaar ik zo lang grijpend en pakkend had gestreefd.
De gevende liefde die natuurlijk tevoorschijn komt wanneer een mens stopt met vragen bracht een bevrijding die ik nooit had kunnen vermoeden. Bevrijding, omdat geven, in tegenstelling tot vragen, geen afhankelijkheid meebrengt. En die bevrijding was intens vreugdevol.
Dat proces, die omkering, is, denk ik, wat verstaan wordt onder spiritueel ontwaken. Je wordt wakker voor de werkelijkheid, stopt met antwoorden zoeken in een (fysieke) buitenwereld en ervaart een innerlijke bron van onafhankelijke vreugde: de gevende liefde.
De hierboven omschreven steeds sterker wordende verslavingsdynamiek kan dus doorbroken worden. Er blijkt een bron te zijn waarmee de innerlijke leegte wel op effectieve wijze kan worden gevuld. Er is een einde aan de kwetsbaarheid en de afhankelijkheid. De innerlijke bron is verbonden met het leven zelf. Daar is niks anders voor nodig.
Dit alles is mijn verhaal en mijn ervaring. Een verhaal van betrokkenheid en waar die toe kan leiden. Tegen de verdrukking in, mogen we wel zeggen. Ik heb de weg nauwelijks gekozen. Ik kon niet anders, durfde indertijd niet anders en heb in het “volkomen vastgelopen zijn” een keerpunt ervaren. Die ervaring is een nieuw begin geworden en achteraf gezien kan ik zeggen dat zij me wakker heeft gemaakt voor het leven.
In de verslavingszorg heb ik geleerd dat het pas mogelijk is iemand een uitweg te wijzen wanneer je die uitweg zelf hebt ervaren. In het Minnesota Model helpen, om die reden, ex-verslaafden hun lotgenoten een uitweg te vinden. Ze doen dat door hun eigen ervaringen te delen, door te getuigen dat een leven bevrijd van middelen een gelukkiger leven is, en door stap voor stap te helpen het pad uit de verslaving te bewandelen.
Het Hersteltraject, het project dat uit mijn ervaringen is voortgekomen, waarover ik geïnteresseerden met plezier meer vertel, probeert nu verslaafden te helpen bij hun herstel. Alle begeleiders hebben een eigen, verwerkt verslavingsverleden en hebben een opleiding gedaan volgens het Minnesota Model.
Bij de klanten gaat het vaak om mensen zonder hulpvraag. Mensen die daar nog niet aan toe zijn, of mensen die er al lang voorbij zijn. Zij die hun probleem ontkennen of die geen oplossing meer zien. Hen te motiveren is een grote uitdaging. Moralisme is daarbij niet effectief. Maar inzicht geven in de dynamiek van verslaving, én het levende voorbeeld van mensen die bevrijd zijn uit de verslaving, helpen wel. Praktische hulp bij het vinden van een uitweg is dan de volgende stap. Die hulp is in mijn ogen een kwestie van barmhartigheid én een maatschappelijke plicht.
Voor verslaving in bredere zin (de verslavingsdynamiek die door ons allen geleefd wordt) gelden, denk ik, dezelfde principes. En omdat bevrijding uit die dynamiek tot geluk leidt, is dat, denk ik, ook een kwestie van barmhartigheid. Geluk komt iedereen toe. En leidt direct weer tot een houding van naastenliefde en barmhartigheid. Een positieve spiraal, die de negatieve van de verslavingen doorbreekt.
Tot slot, om u de stand van zaken in het verhaal van Joris en mij niet te onthouden: het gaat ons goed. Joris is al weer jaren clean en zal binnenkort voor een jaar naar Amerika gaan om daar vanuit zijn eigen ervaring opgeleid te worden tot verslavingscounselor volgens het Minnesota Model. De Nederlandse verslavingszorg biedt daar intussen, na jaren strijd, ruimte voor. Er zijn veel positieve ontwikkelingen en wij zijn dankbaar voor alles wat we tot nu toe geleerd hebben.
Dank u wel.
Maartje Romme
Vught, 3 november 2007